De hofnar
X

Wie publiceert artikelen van de Hofnar?
StartPublishers

11 Septiembre 2001
24h Gold
321 Energy
Ad Broere
Advivo.com.br
Afghan.nl
Aftershock.su
Albe.ru
Aldeilis
Alexander's Gas and Oil
Alex Constantine's 9/11 Truthmove
Alfa Kappa
Aljazeera Com
Aljazeera Info
Altea te quiero verde
Alter du Lot
Alter Info
Altra Informazione
American Chronicle
American Iranian Friendship Committee
Amsterdam Post
Andalous.ma
Anonymous France
Anovis Anophelis
Antifascist Encyclopedia
Apocalypse Total
Aquarius Age
Argusoog
Arianna Editrice.it
ArmonyaX
Artikel 7 Nu
At-Park / АТ-парк
Atlas Vista Maroc
Au bout de la route
Avant de voter
Averdade vos libertara
Avicennesy
Avizora
A voz do povo
Baltimore Chronicle
Bankiv Tomske.ru
Beaujarret 50'z
Beez Libre Info
Before it is news
Belém Livre
Bernard Sady
Bezformata.ru
Biflatie.nl
Blogapares
Blog Chalouette
Blog Chatta.it
Blog économique et social
Blogg.org
Blog World-citizenship
Bobo in Paraguay
BOINNK!!!
BouBlog
Brasilianas.org
Brood en spelen
Bullion Management Group
Burbuja.info
Business-Gazeta.ru /
БИЗНЕС Online
Cafe 415
Candombeando
Cantv
Carla Noirci's Log
CASMII
Caveat emptor
CawAilleurs
CDU Arouca
Cenex.com.ua
CGT Santé 46
Chatta it
Chatta it
Chiado Editora
Chris Roubis
Come Don Chisciotte
Comité Valmy
Contre-Info
Correio Progressista
Corriera della Notte
Cosenostrea casanostra
Counter Currents
Crash Debug fr
Crise Systémique Globale
Critical Trend (bg)
Criticamente
Cross-Cultural Understanding
Daily Motion
Daily Times
Dandelion Salad
Dazibaoueb
Déborah 33 Epée
De Echte Denker
De Kelderlander
Démocratie réelle Nimes
De Waarheid Nu
Démocratie Réelle à Nimes maintenant
Démocratie royale
Democratische Partij v Solidariteit
Denissto.eu
De Reaguurder
De Vrije Chroniqueurs
Dialogue & Démocratie Française
Diário Liberdade
Diatala.org
Digitale Stad Eindhoven
Dimensional Bliss
Dire Giovani
Dissident News
Dit kan niet waar zijn.eu
Diário de Notícias - Cartaz
Djamazz Centerblog
Dolezite.sk
ДОТУ.org.ua / Dotu.org.ua
Double Standards
Dove sono le ragazze
Doy Cinco
Dreamdash
Dutch Amazing Nieuws
Dwarslezing
E.J. Bron
Earth Matters
Económico Fórum pt
Economics Kiev /
Мировая и рыночная
экономика
Статьи и книги

EC-planet
Eco-Humanisme Radical.org
Edelmetaal.Info
Educate Yourself
E-Foro Bolivia
Égalité & Réconciliation
Eindtijd in beeld
Élections Algérie
EliteTrader.ru / Элитный Трейдер
El Libre Pensador
Elkhadra
Eltimir / Елтимир
End the ECB
End US Militarism
天涯社区 /
(End of the world community)

Enrico Sabatino
Es.Sott.net
Etienne Chouard
EU Alert
Europe 2020
Europlouf
Eurostaete eu
Eva Anárion
Evolution de notre civilisation
Facebook
Fai te
FCCI
Ferra Mula
Filosofia e Tecnologia
Fimdostempos.net
Finanza.com Blog
Finanza Online
Focus στην Οικονομία
Fortune F. Desouche
Forum démocratique
Forum des Alternatives.org
Forum.for-ua.com
Forum Mondiale della Alternative
Four Winds
Francisco Trindade
Free Minds
Freedom Bytes
French News Online
French Revolution
Fronte di Liberazione dai banchieri
FTU.su
Fugada YouTube Forum
Future Fast Forward
Geen Flauwekul
Generaal Pardon
Geografia e Luta - Prof. Mazucheli
George Orwell Werkgroep
Gest Credit
Gianfranco Vizzotto
Gino Salvi
Global Echo
Global Economic Intersection
Global Faultlines
Global Order
Global Research
Global Systemic Crisis
Golden Heart
Gorod.Tomsk.ru
Город.Томск
Goto 2012
Goudstaven-goudstukken
草根金融服务社 /
(Grassroots Financial Service)

Grioo
Guerre Libre Info.org
Henry Makow
Het echte nieuws.be
Het uur van de waarheid
Hidden Mysteries
Ho visto cose che voi umani
Hubbert Peak
Huffington Post
Iceberg Finanza
Il nodo gordiano
Imperiya / Империя
Indebitati
Indymedia
Indymedia Italia
Info Guerilla
Infomare Per Resistere
Information Clearing House
Informazione in Rete
Infos différentes
Infowars Ireland
Institute of Evolutionary Economics
Instituto Reage Brasil
Intellezione
International Business Times
InvestGraf
Investors Hub
Iran Blog
Iran Daily
Iran File
IRIB Iran French Radio
Irish Public
Irish Timez
Islam City
Isxys / ΙΣΧΥΣ
Ivan Mutov
Jean Marie Lebraud
Joomla
Jornal Fraternizar
Jornalggn.com.br
Jose Joa Net
Josè Maria Salvador
Journal la Mée
Journal Milénio
Journaux de Guerre
Kanie Tistory
Klein Paradijs
Klepsudra
Komitet / Комитет
Kostarof
L'éveil 2012
L'Observatoire de l'Immo
La banlieu s'exprime
Lanet Kiev
Las razones de Aristófanes
LeaksFree.com
Le Banquier Garou
Le Blog d'Eva
Le Blog de Nicole
Legio Victrix
Le Lot en Action
Le Metropole Cafe
Le Monde du Sud
Le Partisan de Gauche
Le Post
Les Indignés
Les moutons enragés
Leugens
Lettre d'Informations Stratégiques Internationales
Libera Mente Servo
Libertatum
L.I.E.S.I.
Lit Corner
L'Olandese volante
Luminária
Macua Blogs Moçambique
Manifeste pour un débat sur le libre échange
Mapeni School
Marianne2
Marista Urru
Market Oracle cn
Market Oracle co.uk
MasterNewMedia
Mathaba News
Maurício Porto
Max 1967
Maxi News
MBM Hautetfort
Mecano Blog
Melochi
Mens en Politiek
Mercato Libero News
Metropolis
Mga Diskurso ni Doy
Michel Collon Info
Middle East Online
Mondialisation Ca
Money Files
Mouvement Politique d'Éducation Populaire
Na Sombra.org
Nato nella tana
Natural Money
Newropeans Magazine
News Follow Up
Newzz in Ukrain
Niburu
Nieuw-Nederland
Nieuws-Flash
Norma Tarozzi
Nota.to-p.net / НОТАРИАТ
Notizie Libere
Nous les dieux
Novusordoseclorum
NucNews
Nya Politiken
Ocastendo Blogs
Occupy Amsterdam
Occupy Network tv
Oil Crisis
Oko-planet.su / Око Планеты
Onderzoek 9/11
One Base.com
Ontdek Islam
Os Bárbaros
Osservatorio Sovranità Nazionale
Osvaldo Bertolino
Our World / НАШ МИР
Oxygene.re
Pakistan News Service
Palestine - Solidarité
Panier de Crabes
Paper Blog fr
Paperless Korea
Partage dialoguer avec jean loup
Parti de Gauche 34
Partido Comunista Brasileiro
Patrice Mars
PCF Bassin
PCF Cap Corse
Peace by Truth
Peak Oil .pl
Pensare Liberi News
Perunica
Peter Pan's Paradijs
Philippe Vedovati
Pintxo
Planeta Caos
Planete Non Violence
Plein Overheid
Politics & Current Affairs
Portal Luis Nassif
Portland Independent Media Center
Post Jorion
Post Switch
Pragmatic Economist
Pravda / Правда
Primavera do 11
Project for the Old American Century
Prova Final
Quo Fata Ferunt
Raise the Hammer
Ravage Digitaal
Rayven
Real Infos
Real Wealth Society
Recuperare Credit
Relapsing Fever
Resistance
Resistance 71
Résistance FR
Resistenze.org
Resistir Info
Resurs.by
Robin Good
Rodon
Rol Club
Rue 89
Rus Nevod
Saura Plesio
Seigneuriage Blogspot
Sempre Vigili!
Shem.se
Siddharth Varadarajan
Signoraggio.it
Silver and Gold Shop
Silver Bear Cafe
Sociale Databank Nederland
Sociale Driegeleding
Sociologias
SOS-crise
Sott.net
Soutenir l'Afghanistan
Spartacus.info
Spazio Forum
Spiegelbeeld
Spraakloos
Sprookje Nieuws
Stampa Libera
Star People
Stienster Blogspot
Studien von Zeitfragen
Stop de bankiers
Storyo.ru / Страницы истории
Suciologicus
Svobodnoslovo / Свободно слово
Tegen Onzin
The Movement
The People's Forum
The Pragmatic Economist
The Voice of Wakker Holland
The Wild, Wild Left
Tijdgeest Magazine
Time For Change
Tim's Journal
Toine van Bergen
TomskNet.ru / Город.Томск
To-p.biz
Top-débats.info
Tora Yeshua / תורה־ ישוע
Trademan.org
Transatlantic Information
Exchange System
Transition Town Breda
Transcom Se
Triplo II
Truth Spring
Truth Move 9/11
Tunisia Today
Uitpers
UKIP Hillingdon
Um Novo Despertar
Uruknet Info
Verborgen Nieuws
Vermelho.org.br
Verontruste Moeders
Veterans for America
Video data bg
Viewzone Magazine
Vilistia
Visionair.nl
Vision Démocrate.net
V-Kontakte.ru / Вконтакте
Voix dissonnantes
Voprosik / Вопросик
Voy Com
Vrijspreker
Vues du monde
Vyacheslav Burunov /
ВячеславБурунов
Wake Up From Your Slumber
Wall Street Pit
Want to know .nl
War and Peace / война и мир
We Are Change Holland
We Are Change Rennes
Welcome Back UZ
Werkgroep George Orwell
What really happened
Wij worden wakker
Wiki Strike
Wisdia Encyclopedia
Worldissue Blog bg
World Prout Assembly
Wroom.ru
YouTube
ZakonVremeni.ru /
ЗаконВремени
Zé Povinho no século XXI
Znanie-Vlast.ru
БезФормата.ru


Court Fool logo's.



Bijna alle artikelen op deze website mogen vrij gekopieerd en gepubliceerd worden. (Anders staat dit bij het artikel vermeld.)

Als je een logo bij je publikatie wenst, kun je hier een selectie vinden.

 

Wereldbevolking en energie

Trends tot 2100

by Paul Chefurka,

Original text: http://www.paulchefurka.ca/WEAP/WEAP.html

October 2007

Korte inhoud

In het verleden is de toename van de menselijke bevolking ondersteund door een gestage groei in het energiegebruik. Onze huidige industriële beschaving heeft een zeer grote hoeveelheid energie van verschillende soorten nodig. Als de beschikbaarheid van deze energie behoorlijk af zou nemen, zou dit serieuze gevolgen kunnen hebben voor de beschaving en de bevolking. Dit artikel toont modellen voor de verschillende energiebronnen die we gebruiken en hun waarschijnlijke evolutie tot aan het jaar 2100. De samengevoegde vooruitzichten worden vervolgens vertaald naar een bevolkingsmodel, gebaseerd op een schatting van een gemiddelde consumptie die varieert in de loop van de eeuw. Tenslotte wordt het impact van de ecologische schade aan het model toegevoegd om aan een uiteindelijke schatting van de bevolking te komen.

Dit model, bekend als het "World Energy and Population model”, of WEAP, suggereert dat de wereldbevolking sterk zal afnemen in de loop van de eeuw.

Inleiding

Gedurende de industrialisatie is het niveau van de wereldbevolking nauw verbonden geweest met de energie die we verbruikt hebben. Over de laatste 40 jaar is de gemiddelde consumptie 1,5 ton olie equivalent  (toe) per persoon per jaar geweest, vanaf een gemiddelde van 1,2 toe per persoon in 1966 tot 1,7 toe per persoon in 2006. Terwijl het wereld-energieverbruik in die periode verdrievoudigde, verdubbelde de bevolking.

Afbeelding 1 toont de nauwe relatie tussen de wereld energie consumptie, ‘s-werelds Bruto Binnenlands Product (GDP) en de wereldbevolking en impliceert, dat het een globale toename van de energietoevoer is geweest, die de toename van de bevolking heeft ondersteund.

 

 

Afbeelding 1: Wereld-energie, Bruto Binnenlands Product (GDP) en Bevolking, 1965 – 2003

 

Methodologie

De analyse in dit artikel wordt onderbouwd door een model van trends in de energieproductie. Dit model is gebaseerd op historische gegevens van gerealiseerde energieproductie, gekoppeld aan vooruitzichten, die afgeleid zijn van het denken van verschillende energie analisten, als ook mijn eigen interpretatie van toekomstige ontwikkelingen.

De huidige wereld energie mix bestaat uit olie (36%), aardgas (24%), kolen (28%), kernenergie (6%), waterkracht (6%) en duurzame energie zoals wind- en zonne-energie (1%). Historische cijfers voor elke categorie (met uitzondering van duurzame energie) zijn overgenomen uit de BP Statistical Review of World Energy 2007. Voor vergelijkingen tussen verschillende vormen van energie gebruik ik een standaard maat, de ton olie equivalent (toe) genoemd. Hoewel deze benadering voorbij gaat aan verschillen in toepasbaarheid (zoals van waterkracht en olie), vormt deze maat een aanvaarde standaard voor algemene vergelijkingen.

We zullen eerst elke energiebron apart bekijken. Ik zal de factoren en variabelen, die ik voor elk scenario in beschouwing heb genomen zo duidelijk mogelijk omschrijven. Op deze manier kun je zelf oordelen of mijn veronderstellingen aannemelijk lijken. Daarna zullen we deze scenario’s samenvatten in een gezamenlijk vooruitzicht van de wereldsenergie.
 
Wanneer we dit vooruitzicht samengesteld hebben, zullen we de mogelijke effecten op de wereldbevolking bekijken. Daarna verwerken we in deze cijfers de waarschijnlijke effecten van de ecologische schade, om tot een uiteindelijke schatting van de wereldbevolking in de loop van de eeuw te komen.
 

Opmerking

Het WEAP (World Energy And Population)-model is opgezet als een eenvoudig Excel-spreadsheet. De tijdsbepaling van energiegerelateerde gebeurtenissen en de percentages van toename en afname van de energievoorziening werden gekozen na zorgvuldige bestudering van de beschikbare litteratuur. In een aantal gevallen hadden verschillende auteurs hierover verschillende meningen. In deze gevallen heb ik vertrouwd op mijn eigen analyse en oordeel. Modellen weerspiegelen altijd de opinie van hun auteurs en het is het beste om daar van begins af aan duidelijk over te zijn. Niettemin heb ik altijd gepoogd zo objectief mogelijk te zijn en de vooruitzichten te baseren op trends van nu en het recente verleden en mij niet door mijn eigen wensen te laten leiden.

Het WEAP-model presenteert een globale verwachting van de effecten van het energiegebruik en van de ecologische factoren op de wereldbevolking. Het gaat niet direct in op de regionale of nationale verschillen. Het WEAP-model heeft tot doel een brede conceptuele structuur op te zetten, waarbinnen de regionale verschillen begrepen kunnen worden.

De analyse is uitsluitend bedoeld om het “meest waarschijnlijke” scenario voor de toekomst te bepalen, puur gebaseerd op de situatie zoals die nu is en zich waarschijnlijk verder zal ontwikkelen. Je zult geen suggesties vinden over wat we zouden moeten doen, of voorstellen, die er vanuit gaan dat we het gedrag van mensen en instituties op korte termijn radicaal zouden kunnen veranderen. Je zult ook geen discussie vinden over bijvoorbeeld kernfusie of waterstof.

Het Excel-blad met de gegevens, die voor het WEAP-model gebruikt zijn, kun je hier vinden. 

 

Modellen per energiebron


Olie

De olievoorziening is eindig, niet vernieuwbaar en afhankelijk van de effecten van een afnemende winning in de nabije toekomst. Deze situatie is populair bekend als Peak Oil. Het sleutelconcept van Peak Oil is, dat, nadat ongeveer de helft van de aanwezige olie opgepompt is, het rendement van de winning een piek bereikt en vervolgens een onomkeerbare daling inzet.

Dit gebeurt voor zowel individuele olievelden als voor grotere gebieden zoals landen, maar om verschillende redenen. In individuele velden wordt het fenomeen veroorzaakt door geologische factoren inherent aan de structuur van het oliereservoir. Op nationaal niveau wordt het veroorzaakt door logistieke factoren. Wanneer we beginnen met de oliewinning in een gebied, dan vinden we en exploiteren we normaal gesproken als eerste de grootste en best bereikbare olievelden. Wanneer de winning afneemt en we de verminderde productie proberen te compenseren, zijn de beschikbare nieuwe velden meestal kleiner met een lagere productiecapaciteit.

Olievelden zijn verdeeld in een heel klein aantal grote velden en een groot aantal kleinere. Deze verdeling wordt aangetoond door het feit dat 60 procent van ‘s-werelds oliewinning afkomstig is van maar 1% van ’s-werelds actieve olievelden. Wanneer één van deze zeer grote olievelden uitgeput raakt, kan het de ontwikkeling van honderden kleine velden vergen om de productieafname te compenseren.

De theorie achter Peak Oil is ruim beschikbaar op het internet, en enkele basis referenties worden hier, hier en hier gegeven.
 

Tijdsbepaling

Er is veel discussie over wanneer we de piek in de wereld-olieproduktie zouden moeten verwachten en hoe snel de daling vervolgens zal zijn. Terwijl de snelheid waarmee de productie afneemt nog heftig tegengesproken wordt, is het tijdstip van de piek minder controversieel geworden. Onlangs hebben een aantal goed geïnformeerde mensen aangegeven, dat deze piek bereikt is. Tot deze dappere groep mensen horen de miljarden investeerder T. Boone Pickens, de in energie investerende bankier Matthew Simmons (auteur van het boek "Twilight in the Desert" over de staat van de Saoedi-Arabische oliereserves), de gepensioneerde geoloog Ken Deffeyes (een collega van de legendarische Peak Oil specialist M. King Hubbert) en Dr. Samsam Bakhtiari (een voormalig senior wetenschapper van de National Iranian Oil Company).

Mijn stelling komt overeen met die van bovengenoemde personen, dat de piek zich voltrekt op het moment dat ik dit schrijf (najaar 2007). Het wordt bevestigd door het patroon van de oliewinning en de olieprijzen van de laatste drie jaar. Ik ontdekte dat de ruwe olieproductie piekte in mei 2005 en sindsdien geen groei vertoond heeft ondanks een verdubbeling in prijs en een dramatische toename in exploratieactiviteiten.


Dalingssnelheid

De dalingssnelheid na de piek is een andere vraag. De beste gidsen die we hebben zijn de resultaten van olievelden en landen, waarvan we weten dat ze al aan het afnemen zijn. Helaas verschilt dit tempo overal. In de VS, bijvoorbeeld, is de olieproductie sinds 1971  aan het afnemen en heeft sindsdien 2/3 van zijn capaciteit verloren met een afname tempo van ongeveer 3 procent per jaar. Aan de andere kant toont het Noordzee-bassin een jaarlijkse  afname van ongeveer 10%, en de productiecapaciteit van het reusachtige Cantarell veld in Mexico loopt met bijna 20% per jaar terug.

Om een realistisch vervalmodel op wereldniveau te maken, heb ik ervoor gekozen om de benadering van Dr. Bakhtiari in zijn WOCAP model te volgen. Hij veronderstelt een steeds snellere daling in de olieproductie. Tot nu toe is WOCAP redelijk accuraat gebleken en ik heb voor een variant hiervan gekozen. Het belangrijkste verschil is, dat mijn model wat minder agressief is. Waar WOCAP voorspelt dat de oliewinning zal dalen van 4000 miljoen ton olie per jaar nu (Mtoe/jr) naar 2750 Mtoe/jr in 2020, bereikt mijn model dat punt pas in 2030. Mijn model gaat uit van een verval van 1 procent per jaar in 2015 tot een constant verval van 5 procent per jaar na 2040. Zelfs dit tamelijk conservatieve model geeft verbazingwekkende resultaten in de loop van de eeuw, zoals te zien op afbeelding 2.

 


 

Afbeelding 2: Wereld-olieproduktie, 1965 - 2100



Het netto-olie-export probleem

De grafiek van afbeelding 2 toont de gezamenlijke oliewinning voor de wereld. De wereld is echter geen uniforme plaats van oliewinning en olieconsumptie. Sommige landen zijn netto-exporteurs, terwijl andere netto-importeurs zijn, die hun olie op de internationale markt kopen.

In de meeste landen stijgt de vraag naar olie constant. In olie-exporterende landen hebben stijgende olieprijzen de economische groei gestimuleerd. Dit heeft tot gevolg, dat de binnenlandse vraag naar olie toeneemt. Wanneer tegelijkertijd de oliewinning in het land toeneemt is dat geen groot probleem. Wanneer de winning in olie-exporterende landen echter piekt en begint af te nemen, gebeurt er iets onheilspellends: de hoeveelheid olie voor de exportmarkt neemt sneller af dan de afname van de oliewinning. Dit is bekend als het “netto-olie-export probleem”.

Even een voorbeeld. Stel, dat een olie-exporterend land een miljoen vaten per dag produceert en dat zijn burgers 500.000 vaten per dag verbruiken. Dan zijn er 500.000 vaten over voor de export. Stel, dat de productiecapaciteit af met 5 % per jaar afneemt. Na een jaar is de productie gedaald tot 950.000 vaten per dag. Wanneer tegelijkertijd de binnenlandse economie vooruit gaat en de binnenlandse vraag met 5 % toeneemt, wordt de binnenlandse consumptie 525.000 vaten per dag. Dan zijn er nog slechts 425.000 vaten over voor de export, dat wil zeggen een afname van 15 %. Een grafiek over een periode van enkele jaren toont de gevolgen:


 

Afbeelding 3: Voorbeeld netto-olie-export probleem

Na 8 jaar, en ofschoon het land nog 700.000 vaten per dag produceert, is de export tot 0 teruggelopen. Dit patroon is al gezien in Indonesië, in het Verenigd Koninkrijk en in de USA, die alle drie eens grote olie-exporteurs waren en nu netto-importeur zijn geworden.

Dit effect is nu al zichtbaar op de wereldmarkt. Afbeelding 4 toont een grafiek van de totale wereld export over de laatste 5 jaar. Een erboven geplaatste trendlijn toont het patroon: een snelle afname in de totale wereld-olie-export.
 

 

Figure 4: Netto wereld-olie-exporten 2002 tot 2013

Dergelijke wijzigingen in olie-exporten zijn zeer zorgelijk voor importerende landen. De VS, bijvoorbeeld, importeert ongeveer 2/3 van zijn olie benodigdheden. Wanneer de export markt plotseling op zou drogen, zoals afbeelding 4 suggereert, zou de VS genoodzaakt zijn enkele zeer harde keuzes te maken. Die zouden onder meer kunnen behelzen, dat ze een drastische verarming van hun industriële activiteit, van hun Bruto Binnenlands Product en van hun levensstijl zouden moeten accepteren, of lange termijn leveringscontracten met olieproducerende landen afsluiten, of zelfs militaire actie ondernemen om de olielevering veilig te stellen (zoals misschien al in Irak gepoogd is.)

Ik heb deze inzichten te danken aan het werk van Jeffrey Brown en zijn Export Land Model.

 

Aardgas

De situatie van de aardgasvoorziening is erg vergelijkbaar met die van olie. Dat is logisch, omdat gas en olie van dezelfde biologische bron komen en vaak in vergelijkbare geologische formaties voorkomen. Gas- en olieputten worden met vergelijkbare apparatuur geboord. De verschillen tussen de twee hebben alles te maken met het feit dat olie een stroperige vloeistof is, terwijl gas, eh, gas is.

Hoewel zowel olie en gas een productiepiek vertonen, zal de helling van verval voor gas veel steiler verlopen door zijn lagere viscositeit. Om te begrijpen waarom, stellen we ons 2 ballons voor, de één gevuld met water, de ander met lucht. Als je ze neerzet en de opening loslaat, zal de met lucht gevulde ballon veel sneller leeg lopen, dan die met water. Een gasreservoir werkt op vergelijkbare manier. Wanneer het aangeboord wordt, loopt het gas er onder zijn eigen druk uit. Zolang het reservoir leeg loopt kan de uitstroom redelijk constant gehouden worden totdat het reservoir leeg is; dan zal het plotseling stoppen.

Gasvelden tonen dezelfde verdeling als olievelden. Zoals met de olievelden vinden en exploiteren we eerst de grootste velden. De velden die nu getapt worden, worden steeds kleiner, en vereisen een groter aantal boorputten voor eenzelfde volume aan gas. Bijvoorbeeld, het aantal gasputten in Canada steeg met 400% tussen 1998 en 2004 (van 4.000 putten in 1998 tot 16.000 putten in 2004), terwijl de jaarlijkse productie gelijk bleef. Dit betekent dat de aardgas voorziening een soortgelijke klok-vormige curve zal laten zien als we voor olie zagen.

Een ander verschil tussen olie en gas is het kenmerk van hun wereld-exportmarkten. Vergeleken met olie is de gasmarkt erg klein. Dit komt, omdat gas moeilijk te vervoeren is, in tegenstelling tot een vloeistof. Terwijl olie eenvoudig in en uit tankers gepompt kan worden, moet aardgas eerst vloeibaar gemaakt worden (hetgeen aanzienlijk veel energie kost), in speciale tankers op lage temperatuur en onder hoge druk getransporteerd worden, en vervolgens bij aankomst weer tot gas gemaakt worden, wat nog meer energie vergt. Daarom wordt het meeste aardgas op de wereld per pijpleiding vervoerd. Dit beperkt gas tot nationale en continentale markten. Dit heeft een belangrijke implicatie: wanneer de gasvoorziening op een continent uitgeput raakt, is een vervangende aanvoer van een ander continent heel erg moeilijk.

De piek in de wereld gas productie komt misschien niet voor 2025, maar twee dingen zijn zeker: we zullen nog minder waarschuwing krijgen dan voor Peak Oil, en vervolgens kunnen de verval snelheden shockerend hoog zijn. Voor het gas-model heb ik voor de piek een tijdspanne tussen 2025 en 2030 gekozen. Deze wordt gevolgd door een snelle toename van het verval tot 8 % per jaar in 2050 en een constante 8 % voor de volgende 50 jaar. Dit levert de productiecurve van afbeelding 5.


 

Afbeelding 5: Wereld-aardgasproductie, 1965 tot 2100


Steenkool

Steenkool is de lelijke stiefzuster van de fossiele brandstoffen. Het heeft een verschrikkelijke reputatie voor het milieu, die dateert van zijn eerste wijdverbreide gebruik in Groot-Brittannië in de 18e eeuw. De Londense, op steenkool gestookte “erwtensoep-mist” was berucht en schaadde de gezondheid van honderdduizenden mensen. Tegenwoordig ligt de bezorgdheid minder bij roet en as, als wel bij de carbondioxide, die vrij komt bij de verbranding van kolen. Per gewicht produceren kolen meer CO2 dan olie of gas. Vanuit het standpunt van energieproductie heeft steenkool het voordeel van een grote overvloed. Uiteraard is deze overvloed zeer negatief, wanneer je het bekijkt vanuit het perspectief van de opwarming van de aarde.

Tegenwoordig wordt de meeste steenkool gebruikt om elektriciteit op te wekken. Wanneer economieën groeien, groeit ook de vraag naar elektriciteit, en wanneer elektriciteit gebruikt wordt als gedeeltelijke vervanging van olie en aardgas, zal dat de vraag naar steenkool doen toenemen. Momenteel bouwt China 2 a 3 nieuwe kolencentrales per week, en heeft het plannen om nog minstens tien jaar in dit tempo door te gaan.

Net zoals we bij olie en gas zagen, zal de steenkoolproductie een piek vertonen en afnemen. Eén van de factoren is, dat we ons in het verleden geconcentreerd hebben op de hoogste kwaliteit steenkool: antraciet. Veel van wat er nu overblijft, is van een veel lagere kwaliteit, zoals bitumineus en lignite. Deze kwaliteit produceert bij verbranding minder energie en vereist meer steenkool voor eenzelfde hoeveelheid energie.

De Energy Watch Group heeft een uitvoerige analyse uitgevoerd voor een lange termijn vooruitzicht van het steenkoolverbruik. Ik heb hun gunstigste scenario als startpunt voor dit model genomen. Het model voorziet een doorgaande stijging in het gebruik van steenkool met een piek in 2025. Wanneer de opwarming van de aarde serieuze effecten begint te krijgen, zal er een toenemende druk onstaan om het gebruik van steenkool te beperken, hetgeen leidt tot een iets steiler verval dan door de Energy Watch Group voorspeld wordt. Omdat er een overvloed aan steenkool is en we genoodzaakt zullen zijn om het verval van olie en gas te compenseren, zal de daling in de steenkoolproductie niet zo dramatisch verlopen als bij olie en gas. Het model gaat uit van een jaarlijks verval van 0 % in 2025 tot een constante 5 % in 2100. Deze veronderstellingen leveren de curve van afbeelding 6.


 

Afbeelding 6: Wereld-steenkoolproduktie, 1965 tot 2100

Natuurlijk brengt het gebruik van steenkool een verhoogde dreiging voor de opwarming van de aarde met zich mee, vanwege de continue uitstoot van CO2. Er zijn veel hoopvolle woorden geschreven over de mogelijkheid deze zorg weg te nemen door “Carbon Capture and Storage” (CSS). Gewoonlijk wordt daarmee bedoeld: het opvangen van CO2 in de schoorstenen van kolencentrales en het comprimeren en voor lange tijd opslaan in lege gasvelden. Deze technologie is nog in een experimenteel stadium, en er is veel scepticisme rond de veiligheid van opslag van zulke gigantische hoeveelheden CO2 in poreuze rots-lagen. Deze plannen spelen nauwelijks een rol in de huidige analyse. Verderop in dit artikel, bij de bespreking van de ecologische schade en de afnemende energie, zal ik ervan uit gaan, dat er met CCS weinig resultaat geboekt zal worden in verhouding met de totale CO2-uitstoot op de wereld.


Nucleaire energie


De grafiek van afbeelding 7 is het resultaat van de synthese van gegevens en een beetje projectie. Ik ben begonnen met een tabel met de leeftijd van reactoren van de IAEA (overgenomen uit een presentatie voor de Association for the Study of Peak Oil and Gas), een tweede tabel met historische productiecijfers van nucleaire centrales uit de BP Statistical Review of World Energy 2007 en nog een tabel van de Uranium Information Centre die de wereldwijde aantallen reactors toont, die geïnstalleerd, gepland en voorgesteld zijn.

Het interessante van de tabel met de leeftijden van de reactors is, dat deze aangeeft, dat de grote meerderheid ervan (361 van de 439 oftewel 82 %) tussen de 17 en 40 jaar oud zijn. Het aantal reactors van elke leeftijd verschilt natuurlijk, maar het gemiddelde aantal voor elk jaar is 17. Dat aantal loopt op tot boven de 30 over enkele jaren.

Twee realiteiten vormen de basis voor mijn model voor nucleaire energie. De eerste is, dat vanwege het feit dat reactoren een eindige levensduur van ongeveer 40 jaar hebben, naderen veel van ‘s-werelds huidige reactoren het einde van hun nuttige leven. De tweede is, dat de vervangingsratio afgeleid van de tabel van de UIC met de geplande reactors, slecht 3 tot 4 reactors per jaar toont voor op z’n minst de komende 10 jaar en waarschijnlijk de volgende 20 jaar.

Deze twee feiten betekenen, dat we in de komende 20 jaar meer dan 300 reactoren buiten gebruik stellen, en we er maar 60 gebouwd zullen hebben. Dus, tegen 2030 hebben we een nettoverlies van 240 of meer reactoren, meer dan de helft van de huidige voorraad. Daar al deze reactoren grofweg gelijk van grootte zijn (gemiddeld iets minder dan 1 GW) betekent dit, dat we voor elk moment de globale productiecapaciteit kunnen berekenen, en redelijk nauwkeurig tot rond 2030.

Dit model maakt een milde interpretatie van de beschikbare gegevens. Het gaat ervan uit, dat we 3 GW nucleaire capaciteit per jaar bijbouwen gedurende de komende 10 jaar (ongeveer hetgeen er nu in aanbouw is), 4,5 GW per jaar voor de volgende 10 jaar (dat zijn de reactors die nu gepland zijn en vermoedelijk gebouwd zullen worden), en 6 GW per jaar van de voorgestelde reactors voor de volgende 20 jaar. Het model veronderstelt een toenemend bouwpatroon, omdat ik aanneem dat we over 20 jaar wanhopig om electriciteit zitten te springen. Daarom ga ik ervan uit dat er elk jaar twee keer zoveel reactoren als nu gerealiseerd worden.


 

Afbeelding 7: Wereldproductie nucleaire energie, 1965 tot 2100

De terugval in capaciteit tussen nu en 2030 wordt veroorzaakt door het feit, dat de aanbouw van nieuwe reactors onvoldoende tred houdt met het buiten bedrijf stellen van oude reactors. De toename na 2030 komt voort uit de voorspelling, dat we rond 2025 het bouwtempo zullen verdubbelen, wanneer de energiesituatie wanhopig wordt en we er achter komen, dat de meeste van de tussen 1970 en 1990 gebouwde reactoren buiten gebruik zijn. Het uiteindelijke verval na 2060 komt voort uit mijn verwachting, dat we over enkele tientallen jaren enorm veel industriële capaciteit zullen verliezen door het opraken van olie en gas. Hierdoor zullen we geen mogelijkheden hebben alle oude reactoren te vervangen.

Het argument voor een piek in de nucleaire productie in 2010 en het daarop volgende verval is vergelijkbaar met de logistieke overwegingen achter Peak Oil – de grote massa oude reactoren staat op het punt uitgeput te raken en we bouwen onvoldoende vervanging. In feite, om gelijke tred te houden met het buiten bedrijf stellen van oude reactoren zouden we 17 nieuwe reactoren per jaar moeten bouwen (meer dan 5 keer wat er nu geboekt staat) en voor altijd. Dit lijkt zeer onwaarschijnlijk gezien het benodigde kapitaal, de regelgeving en de publieke opinie. 

Terzijde zij vermeld, dat het verval in de capaciteit na 2010 inhoudt, dat we ons geen zorgen hoeven te maken over het opraken van uranium (nu 50.000 ton per jaar).
 

 

Waterkracht

Als steenkool de lelijke stiefzuster is, dan is waterkracht een van de sprookjesachtige peetmoeders van het energieverhaal. Voor het milieu is het betrekkelijk schoon, ook al is dat misschien niet zo schoon als voorheen gedacht werd. Het heeft de mogelijkheid vrij grote hoeveelheden elektriciteit op een tamelijk constante manier te leveren. De technologie is goed bekend, overal beschikbaar en technisch niet erg veeleisend (op z’n minst als je het met nucleaire elektriciteit vergelijkt.) Stuwdammen en generatoren gaan lang mee.

Waterkracht kent een aantal problemen; de meeste zijn lokaal. De belangrijkste problemen zijn de vernietiging van woongebieden door het stuwmeer, het vrijkomen van CO2 en methaan van ondergelopen vegetatie en de onderbreking van rivieren. Wat verdere ontwikkelingen betreft, is het grootste obstakel dat de beste locaties voor waterkracht centrales al in gebruik zijn. Niettemin is waterkracht een aantrekkelijke energiebron. De ontwikkelingen zullen waarschijnlijk met eenzelfde snelheid doorgaan als in het verleden, tenminste tot het punt dat de vraag afbrokkelt door inzakkende economieën.

Om de groei van de waterkracht energie te projecteren heb ik een curve gebruikt, die aansluit op de historische gegevens van de laatste 40 jaar. Deze curve gaat ervan uit, dat de toekomstige ontwikkeling veel zal lijken op die in het verleden, op z’n minst totdat een invloed van buiten het verloop van deze ontwikkeling verstoort. De projectie staat op afbeelding 8. De hoge graad van correlatie van deze curve met de huidige gegevens (uitgedrukt in de R2 waarde van 0,994) geeft vertrouwen in de betrouwbaarheid van deze projectie. (Hoe dichter de R2-waarde bij 1 ligt, hoe precieser de aansluiting op de gegevens.)


Afbeelding 8: Vooruitzicht waterkrachtproductie

Het model voor waterkrachtenergie van afbeelding 9 toont een capaciteit die tot aan 2060 groeit tot het dubbele van zijn huidige peil. Daarna neemt de capaciteit tot 2100 weer af tot aan het huidige niveau. Het verval in het tweede gedeelte van de eeuw wordt toegeschreven aan een algemeen verval van de industriële activiteit en een vermindering van rivierwater door de opwarming van de aarde. Dit zijn de hierboven bedoelde invloeden van buiten af.


 

Figure 9: Global Hydro Production, 1965 to 2100

 


Vernieuwbare energie

Vernieuwbare energie omvat bronnen zoals wind, foto-voltaïsche en thermale zonne-energie, energie van getij en golven enz. Het inschatten van hun waarschijnlijke aandeel in de toekomstige energie-mix is één van de moeilijkere overwegingen, die ik in het ontwikkelen van dit model ben tegen gekomen. De hele industrie van vernieuwbare energie staat nog in zijn kinderschoenen. Daarom heeft deze vorm van energie nog maar weinig impact, maar wel enorme beloftes. Terwijl zijn aandeel op wereldniveau nog miniem is (minder dan 1 % van de wereldbehoefte),  zijn de groeicijfers uitzonderlijk. Windenergie, bijvoorbeeld, heeft een jaarlijkse groei van 30% over de laatste 10 jaar.

Voorstanders van vernieuwbare energie wijzen op de enorme hoeveelheid research die uitgevoerd is en het brede scala benaderingen dat onderzocht is. Ook zeggen ze, terecht, dat de uitdaging enorm is: de ontwikkeling van vernieuwbare energiebronnen is cruciaal voor een duurzame menselijke beschaving. Al dit bewustzijn, dit werk en deze beloftes geeft deze opkomende industrie een aura van kracht, die niet te verslaan lijkt. En dat steunt de overtuiging van zijn voorstanders, dat alles mogelijk is.

Natuurlijk zit de wereld vol van onverwachte obstakels en ongerechtvaardigd optimisme. Eén van die obstakels dook op bij de bio-fuel, waar recentelijk het conflict tussen voedsel en brandstof in het publieke bewustzijn doordrong. We kunnen het buitensporige optimisme op datzelfde gebied aan het werk zien, waar de dromen om diesel door ethanol te vervangen tegen de limieten lopen van de lage netto-energie in biologische processen.

De hamvragen voor een geloofwaardig model zijn: hoe groot is de waarschijnlijke groei van vernieuwbare energie over de komende 50 jaar en hoeveel energie zal het uiteindelijk bijdragen?

Hoewel ik de pessimistische opvatting, dat vernieuwbare energie slechts een klein aandeel zal zijn, niet deel, is het evenmin realistisch te veronderstellen, dat ze een dominante positie zal verwerven op de energiemarkt. Dat komt in de eerste plaats door haar late start, vergeleken met het aanstaande verval van olie, gas en nucleaire energie, als ook haar voortdurende economische nadeel ten opzichte van steenkool.

Om een realistische groei voor vernieuwbare energie te projecteren heb ik dezelfde techniek gebruikt als bij de waterkracht hierboven. Als startpunt voor de projectie van afbeelding 10 heb ik de gegevens gebruikt van de duurzame energie productie van 1980 tot 2050, verzameld door de Energy Information Agency . Zoals bij de curve van waterkracht geldt ook hier, dat de nauwe aansluiting op deze gegevens een hoge graad van betrouwbaarheid in deze projectie geeft.


 

Afbeelding 10: Vooruitzicht vernieuwbare energie

Deze techniek heeft enkele tekortkomingen. In de eerste plaats telt het alle vernieuwbare energiebronnen bij elkaar op: geo-thermiek, zon, wind, biomassa etc. Omdat sommige van deze bronnen nog in de kinderschoenen staan, is het mogelijk dat zij een snellere groei vertonen in de toekomst, waardoor deze projectie te behoudend wordt. Hiertegenover staat natuurlijk de kans, dat ze tegen onverwachte obstakels oplopen, hetgeen de balans naar de andere kant door zou laten slaan. Het tweede probleem is, dat door de jonge leeftijd van deze industrie, de grote productieonderbrekingen in het begin de curve onbetrouwbaar kan maken. Deze problemen heb ik verholpen door alleen de laatste 15 jaar gegevens als basis voor de projectie te gebruiken. Deze bevatten de jaren met de grootste groei in de industrie van de wind- en zonne-energie. Zoals we aan de hoge correlatie tussen de curve en de cijfers zien, is de jaarlijkse afwijking tamelijk klein. Alles afgewogen lijkt deze projectie geschikt als basis voor het model.

Ik heb de piek van de vernieuwbare energie in 2070 geplaatst. Na deze piek neemt de productie af vanwege het feit, dat veel vernieuwbare energiebronnen (bijv. windturbines en foto-voltaische zonnepanelen) afhankelijk zijn van een hoog peil van technologie en fabricage. Het model voorziet, dat aan het eind van de eeuw het aandeel van vernieuwbare energie groter is geworden dan de andere, met uitzondering van waterkracht.


 

Afbeelding 11: Wereld-vernieuwbare-energieproductie, 1965 tot 2100

 


Alle energiebronnen in perspectief geplaatst

 


 

Afbeelding 12: Energiegebruik per bron, 1965 tot 2100

Afbeelding 12 toont alle curven samen. Dit geeft een idee van de respectievelijke tijdstippen van de verschillende piekproducties, als ook het aandeel van elke energiebron in de loop van de tijd.

Zoals je kunt zien, leveren de fossiele brandstoffen verreweg het grootste aandeel in de huidige mix van de wereldenergie, maar raken ze alle drie in snel verval in de tweede helft van de eeuw. Waterkracht en duurzame energie leveren een respectabel aandeel rond het midden van de eeuw, terwijl nucleaire energie een constante rol speelt. Aan het eind van de eeuw zijn olie en gas bijna uit het plaatje verdwenen, terwijl de dominante spelers waterkracht, vernieuwbare energie, steenkool en nucleaire energie zijn, in die volgorde.



 

Afbeelding 13: Totale energieverbruik, 1965 tot 2100

Afbeelding 13 heeft alle energiecurven bij elkaar opgeteld en toont de globale vorm van de wereld energie consumptie. Deze grafiek totaliseert alle stijgingen, pieken en dalingen en geeft een indruk van het totale energieverbruik tot 2100. De grafiek toont een sterke piek in 2020 met een steeds steiler verval tot 2100. De belangrijkste reden voor het verval is het opraken van olie, gas en, in mindere mate, steenkool. Het verval wordt getemperd door een toename in waterkracht en vernieuwbare energie en bereikt een gemiddelde van iets minder dan 3 procent per jaar.

Helaas betekent het verlies van het enorme aandeel fossiele brandstoffen, dat de totale hoeveelheid energie, die de mensheid aan het eind van de eeuw ter beschikking staat, minder dan 1/5 kan zijn van de energie die we nu gebruiken en minder dan 1/6 van de piek die over een jaar of tien komt. Dit tekort houdt een dreigende boodschap in voor onze toekomst. Die boodschap is het onderwerp van de rest van dit artikel.

Het effect van de energievermindering op de bevolking

Zoals ik in de inleiding zei, is de groei van de wereldbevolking mogelijk gemaakt door de groei van onze energievoorziening. Nu is het tijd wat nader op deze relatie in te gaan en de implicaties te bezien van het globale energiemodel, dat we zojuist hebben samengesteld.

De historische en de huidige situatie

Volgens een analyse van het historische energieverbruik, gepubliceerd door Western Oregon University, is onze individuele energieconsumptie uit voedsel relatief constant gebleven (binnen een verhouding van 1 op 3 gedurende het grootste gedeelte van de menselijke geschiedenis), terwijl de energie die we voor de rest van onze activiteiten gebruiken, vergeleken met de vroege agrarische tijd, in de huidige ontwikkelde landen bijna 30 keer meer geworden is. De wereldbevolking is met eenzelfde factor toegenomen, van 200 miljoen in het jaar 1 na Christus tot 6,6 miljard nu.

Eén van de meer betekenisvollere resultaten van het onderzoek van de Western Oregon University is de non-food energieconsumptie van de “geavanceerde agrarische mens” van Noord-Europa in 1400. Wanneer het getal van 20.000 kilocalorie per dag omgerekend wordt naar onze standaard maat van Ton Olie Equivalent, blijkt 60,75 toe per jaar te zijn. De consumptie van de “vroege geïndustrialiseerde mens” in 1875 wordt geschat op 2,5 toe per jaar. Ter vergelijking, in 1965 was het wereldgemiddelde van de non-food energieconsumptie slechts 1,2 toe per jaar.

Natuurlijk bestaan er op de wereld grote verschillen in de energieconsumptie. De gezamenlijke bevolkingen van China, India, Pakistan en Bangladesh (2,7 miljard inwoners) verbruiken gemiddeld 0,8 toe per persoon per jaar. Het wereldgemiddelde is 1,7 toe per persoon per jaar. De Noord-Amerikaanse consumptie is ongeveer 8,0 toe per persoon per jaar.

Het is redelijk om te verwachten, dat een krimpende energievoorziening de landen aan de tegengestelde uiteinden van het energieverbruikspectrum tamelijk verschillend zal treffen. Het plaatje wordt nog gecompliceerder door de effecten van de afnemende olie-export op landen die olie importeren en of deze landen arm of rijk zijn. Een nauwkeurige analyse van deze effecten ligt buiten het bereik van dit artikel. We zullen niettemin enkele impacts op de korte en middellange termijn bekijken. Dat is een toevoeging aan het onderzoek naar het algemene effect van de krimpende energievoorziening, dat het hoofdonderwerp van dit artikel is.


Lange termijn en samengevoegde effecten

Zoals getoond in het voorbeeld van de “agrarische mens” hierboven, heeft de mens een behoorlijke hoeveelheid energie nodig om te overleven, zelfs bij een tamelijk lage levenskwaliteit. Dit houdt in, dat wanneer de energievoorziening krimpt en de energie per hoofd van de bevolking afneemt, de kwaliteit van het leven van degenen die aan het lage uiteinde van het energieverbruik zitten zwaar getroffen zal worden. De ernst van het effect hangt af van hoe dicht ze aan het minimum overlevingspeil van de energievoorziening zitten.

In onze beschaving worden schaarse goederen op basis van prijs toegekend: hoe schaarser, hoe hoger de prijs. Degenen die zich kunnen veroorloven deze prijs te betalen kunnen het verkrijgen ten koste van degenen die dat niet kunnen. Degenen die te weinig bieden zullen hun consumptie moeten verminderen of zelfs zonder moeten doen. Dit is net zo goed van toepassing op energie als op elk ander product.
 
De mate waarin iemand een terugval in de energievoorziening en de stijgende energieprijzen kan overleven is in eerste instantie afhankelijk van de vraag of ze nog andere consumptiegoederen hebben, waarop ze kunnen besparen om voor de benodigde energie te betalen. Degenen die onderaan de economische ladder zitten hebben geen mogelijkheden hun vrij besteedbare inkomen anders te besteden, want ze hebben geen vrij besteedbaar inkomen. Daarom zullen zij niet voldoende kunnen bieden en af moeten zien van een bepaalde hoeveelheid olie of elektriciteit. Wanneer hun consumptie al zodanig laag is dat ze nauwelijks kunnen overleven, zullen de consequenties catastrofaal zijn.
 
Meer dan 4,5 miljard van de 6,6 miljard wereldburgers leven in landen met een gemiddelde energieconsumptie van minder dan 2,0 toe per persoon per jaar. Wanneer de energievoorziening daalt, lopen deze het landen het risico van een sterke toename in het sterftecijfer, wanneer ze niet meer mee kunnen bieden op de energiemarkt en de bevolking minder energie krijgt dan minimaal noodzakelijk is om te overleven.
 


Korte termijn en regionale effecten

Deze korte termijn en regionale effecten worden primair door het “Peak Oil”-fenomeen en de “Netto Export”-crisis veroorzaakt. Zodra het effect van krimpende exporten merkbaar wordt, zal de marktprijs heel snel stijgen.

Sommige olieproducerende landen zouden kunnen besluiten om meer te exporteren (en minder voor de eigen bevolking te houden) vanwege het geld dat het opbrengt. Dergelijke acties kunnen resulteren in een tekort gedane en ontevreden bevolking, hetgeen tot onrusten om olie en zelfs revolutie kan leiden. Andere producenten zouden kunnen overwegen hun olie thuis te houden om bij voorkeur hun eigen bevolking te voorzien. Dat zal resulteren in een golf van nationalisaties van oliebronnen, waarmee de regeringen de distributie naar de eigen bevolking kan leiden en de lokale prijs vast kan stellen.

Olie-importerende landen zullen voor een vergelijkbare keus komen te staan als de arme landen die hierboven werden genoemd. Ze zullen meer van hun vrij-besteedbare geld voor de aankoop van olie moeten gebruiken. Wanneer dat onvoldoende is voor hun behoefte zullen ze hun consumptie moeten beperken. Wanneer ze noch het één, noch het andere willen, zouden ze hun olietoevoer met de kracht van wapens veilig kunnen stellen, als ze daar de middelen voor hebben. Dichtbij gelegen olieproducerende landen, die hun olie van de wereldmarkt af houden (of daarvan verdacht worden), lopen een verhoogd risico het mikpunt van een oorlog om natuurlijke hulpbronnen te worden. Enkele aspecten van deze geopolitieke energie-overwegingen zouden al in het spel kunnen zijn bij de invasie van Irak door de VS.

De  “netto-olie-export”-crisis kan het bepalende geopolitieke evenement van de komende tien jaar worden.

Het bevolkingsmodel

Het bevolkingsmodel is hoofdzakelijk gebaseerd op de samengevoegde lange-termijn effecten van de afnemende energievoorziening. De mechanismes van de geprojecteerde bevolkingsdaling zijn niet bepaald. Het is echter aannemelijk, dat het onder andere zal gaan om grote regionale voedseltekorten, verspreiding van ziektes (door het afbrokkelen van stedelijke medische en sanitaire diensten) en toegenomen sterfte door koude en hitte.

De belangrijkste interactie in het model zit tussen de hoeveelheid energie, die in de loop van de tijd beschikbaar is (getoond op afbeelding 13), en een schatting van het gemiddelde energieverbruik per hoofd van de bevolking. Het huidige wereldverbruik ligt rond de 1,7 toe per persoon per jaar en in het model zakt dit gelijkmatig naar 1,0 toe per persoon per jaar in 2100. Ter vergelijking: het wereldgemiddelde in 1965 was 1,2 toe, dus het model voorspelt geen enorme afname onder dat verbruiksniveau. Een vergroting van de verschillen tussen rijke en arme landen is ook waarschijnlijk, maar dat wordt in deze benadering niet weergegeven.

Onder deze aannames zou de wereldbevolking groeien tot 7,5 miljard in 2025, alvorens het een onvermijdelijke daling inzet naar 1,8 miljard in 2100. 



 

Afbeelding 14: Wereldbevolking bij afnemende energie, 1965 tot 2100

 

Effecten van ecologische schade

Om het beeld van de menselijke bevolking van de komende eeuw te voltooien moeten we ook enkele ecologische inzichten ter sprake brengen.

Volgens een definitie op Wikipedia:

Ecologie is de wetenschappelijke studie van de verspreiding en overvloed van levende organismes, en hoe de verspreiding en overvloed beïnvloed worden door de interactie tussen de organismes en hun omgeving.

Er zijn twee ecologische concepten, die de sleutel zijn om de huidige situatie van de mens op onze planeet te begrijpen. De eerste is draagvermogen (Carrying capacity) en de tweede is over-aantal (Overshoot).


Draagvermogen

Het draagvermogen van een omgeving wordt bepaald door het aantal middelen, die beschikbaar zijn voor de bevolking die er woont. In de regel wordt voedsel als de beperkende factor beschouwd. Voor planten en dieren kan deze definitie makkelijk toegepast worden. Klassieke voorbeelden zijn bijvoorbeeld de schommelingen in de verhoudingen tussen roofdieren en prooien (bijv. wolven en herten of vossen en konijnen) of het aantal buffels dat op een bepaald prairieoppervlak kan leven.

Wanneer we proberen deze definitie op mensen toe te passen, komen we in problemen. In het dierenrijk, wanneer een bevolking kleiner is dan de draagkracht van de omgeving, zal die bevolking toenemen. En wanneer de draagkracht bereikt wordt, zal het aantal zich stabiliseren. Maar bij de mens groeit het aantal al sinds heel lang en groeit nog steeds, hoewel minder snel. Betekent dit dat we de draagkracht van de aarde nog niet bereikt hebben, of zijn er andere factoren in het spel?
 
De ontbrekende overweging is, natuurlijk, het type middelen dat door de individuen van de bevolking verbruikt wordt. In het dierenrijk is voedsel het belangrijkste middel, dat op een tamelijk constante manier vereist is. Dat kan wat schommelen door factoren zoals groei of seizoensgebonden energiebehoeftes, maar gemiddeld zal de hoeveelheid voedsel, die elk organisme nodig heeft, redelijk stabiel zijn. Daar dieren, afgezien van voedsel en water, nauwelijks andere middelen nodig hebben, is het relatief eenvoudig (op z’n minst in theorie) de draagkracht van een bepaalde omgeving voor een bepaald dier vast te stellen.
 
Ook voor mensen varieert de hoeveelheid voedsel, die we nodig hebben om te overleven, slechts binnen een kleine marge, laten we zeggen van 2.000 tot 5.000 kilocalorieën per dag, afhankelijk van onze activiteit. De hoeveelheid non-foodenergie die we verbruiken is echter zeer verschillend en dat maakt het berekenen van de draagkracht voor mensen gecompliceerder dan voor dieren. Het verbruik van non-food energie is overal verschillend. In de voorgaande secties hebben we energie gebruikt als benadering voor de benodigde middelen.

De definitie van draagkracht, waar ik de voorkeur aan geef, is:


De draagkracht van een bepaalde omgeving is het maximum aantal individuen, dat deze omgeving op een duurzame manier kan dragen, met een bepaald niveau van activiteit.
 
Duurzaamheid wordt als volgt gedefinieerd:

Een duurzaam proces of duurzame status kan op een bepaald niveau oneindig lang gehandhaafd worden.

Een duurzaam proces of duurzame status zou optimale condities moeten scheppen voor alle organismes die er door beïnvloed worden. Een duurzaam proces of duurzame status mag, direct nog indirect, de levensvatbaarheid bedreigen van de organismes die erdoor beïnvloed worden.

Uitgaande van deze definities is het intuïtief al overduidelijk dat het huidige niveau van menselijk activiteit niet duurzaam is. Het feit, dat het niveau van menselijke activiteit tot dusver überhaupt mogelijk is, komt hoofdzakelijk door het verbruik van fossiele brandstoffen, een niet-vernieuwbaar middel. Dat verbruik is per definitie niet duurzaam, zoals de grafiek van Peak Oil weergeeft.

Over-aantal

Een soort is in over-aantal, wanneer dit aantal (of beter gezegd zijn getotaliseerde niveau van consumptie) de draagkracht van zijn omgeving te boven gaat.

Wanneer een bevolking de draagkracht van zijn omgeving te boven gaat, zal deze bevolking als gevolg daarvan afnemen tot aan of onder het draagkrachtniveau. Normaalgesproken kan een bevolking niet lang boven het draagvermogen blijven. De snelheid en omvang van de afname zijn afhankelijk van de omvang van het over-aantal en of de draagkracht door het over-aantal verslechterd is, zoals getoond in afbeelding 15. Voor een volledige behandeling van het onderwerp raad ik William’s Catton’s boek “Overshoot” aan.

Er zijn twee manieren waarop een bevolking in over-aantal weer in evenwicht met de draagkracht kan raken. Wanneer de bevolking constant blijft of groeit, dan moet de activiteit verminderen. (d.w.z. de activiteit uitgedrukt in consumptie van middelen en productie van afvalstoffen per hoofd van de bevolking.) wanneer de activiteit per hoofd van de bevolking gelijk blijft, moet de bevolking verminderen.

Bevolkingen die erg doorgeschoten zijn verminderen altijd. Dat fenomeen zien we in wijnvaten wanneer de gistcellen doodgaan, nadat alle suiker van de druiven geconsumeerd is en deze cellen zich baden in hun eigen giftige alcoholische afvalstoffen. Je ziet het ook in de roofdier-prooi relatie in het dierenrijk, waar het verdwijnen van prooidieren resulteert in een vermindering van roofdieren. Deze afname van bevolking heet een crash of wegsterven en kan zeer snel gaan. 


 

Afbeelding 15: Over-aantal (Overshoot)

Het is een grondstelling van de ecologie, dat het doorschieten van een soort de draagkracht van de omgeving aantast. In het geval van de mens, heeft ons eenmalige olieverbruik ons in staat gesteld enorm veel grondstoffen te verbruiken en afvalstoffen te produceren. Fossiele brandstoffen in het algemeen, en olie in het bijzonder, hebben de mensheid in staat gesteld lange tijd in over-aantal te blijven.

Tegelijkertijd heeft het gebruik van fossiele brandstoffen ons in staat gesteld de aantasting van de draagkracht van de aarde te maskeren. Zo wordt bijvoorbeeld het verlies van landbouwgrond en de vruchtbaarheid van de toplaag (geschat op 30%  of meer sinds de Tweede Wereldoorlog) gemaskeerd door het gebruik van kunstmest, dat hoofdzakelijk uit aardgas geproduceerd wordt.  Een ander voorbeeld is de dood van de oceanen, waar 90 % van alle grote vissoorten nu met uitsterven bedreigd worden, en de meeste vissoorten binnen 40 jaar. Deze situatie zou rampzalig zijn voor naties, die traditioneel voor hun voeding van de oceaan afhankelijk zijn, ware het niet, dat de fossiele brandstoffen hen in staat stellen steeds verder van huis te vissen of ander voedsel te importeren. Ook de uitputting van ondergrondse zoetwatervoorraden wordt, dank zij de inzet van steeds meer fossiele energie, gemaskeerd door het gebruik van steeds diepere waterputten. In gebouwen wordt vervuilde lucht gefilterd. En ga zo maar door. Dit alles wijst erop, dat de ecologische neergang geriefelijk gemaskeerd wordt door het inzetten van energie.

Wanneer de energievoorziening (en met name dat eenmalige geschenk van de fossiele energie) begint af te nemen, zal dit masker langzaam afgetrokken worden en de ware omvang van de ecologische schade zichtbaar worden. Zodra we weer meer afhankelijk worden van de giften van de natuur, zullen we de ware consequenties van ons handelen merken.

Het is onmogelijk met zekerheid te zeggen hoe groot het over-aantal van de mensheid momenteel is. Sommige berekeningen wijzen op een  over-aantal van 25%, andere berekeningen duiden er op, dat het veel groter kan zijn. Hoe groot dat aantal in werkelijkheid ook is, het is zeker dat we schade aangericht hebben aan de natuurlijke systemen van lucht, land en water zoals ze bestonden voor het tijdperk van kolen, olie en aardgas.

Om het bevolkingsmodel te compleet te maken, heb ik een geleidelijk toenemend effect ingebouwd van het zichtbaar worden van het draagkrachtverlies. Het effect neem met de tijd toe om twee redenen. De eerste is simpelweg, omdat we met minder energie de ecologische schade minder goed kunnen verhullen. De tweede is verraderlijker: op het moment dat de energievoorziening afneemt, zullen we steeds grotere ecologische schade aanrichten in een poging om aan het onvermijdelijke te ontsnappen. Een belangrijk voorbeeld is de toename van de opwarming van de aarde, als gevolg van de extra CO2 uit de kolen, die we zullen verbruiken in een poging de energieverliezen van gas en olie te compenseren.

Zoals bij de andere aspecten van dit model, heb ik cijfers gebundeld om de berekeningen eenvoudiger te maken. In dit geval heb ik een enkele numerieke expressie gebruikt voor “ecologische schade” dat alle mogelijke schadeoorzaken in één rekenkundige formule vat. Die schade wordt verondersteld van een grote verscheidenheid van oorzaken afkomstig te zijn: klimaatsverandering (bijv. droogtes, overstromingen en andere extreme weersomstandigheden), verlies van vruchtbaarheid van de grond, verlies van drinkwatervoorzieningen, de dood van de oceanen, chemische vervuiling van land en water en het verlies van biodiversiteit door uitsterven, vanwege het verlies van leefgebieden en de monocultuur in de voedselproductie. Het samenvoegen van deze schades leidt tot minder precisie en kunnen in werkelijkheid hoger of lager uitvallen. De gekozen waarden zijn mijn beste schatting in de huidige staat van de wereld-ecologie.

Het model neemt aan, dat de gevolgen van de afnemende draagkracht nu zullen beginnen en 40 % zullen bereiken in 2100. Deze 40 % vertegenwoordigt de omvang waarmee de draagkracht afgenomen is en niet meer verhuld kan worden door energiegebruik. Dit impact is direct toegepast op de bevolkingscijfers van afbeelding 14: met het impact van 40 % wordt bedoeld, dat de wereld 40 % minder mensen kan dragen, dan zonder dat effect.

Dit beïnvloedt het scenario op drie manieren. In de eerste plaats is de maximale bevolking iets minder dan in afbeelding 12. Ten tweede wordt de helling van de bevolkingsafname wat steiler. En het belangrijkste, in 2100 is de bevolking niet meer 1,8 miljard, maar nog maar 1 miljard. Afbeelding 15 geeft de uiteindelijke curve weer.

Afbeelding 16: Wereldbevolking bij afnemende energie en draagkracht, 1965 – 2100
 

Discussie

Het in deze studie ontwikkelde scenario is beangstigend en de meeste mensen hebben een instinctieve afkeer van discussies over overbevolking of afsterven. Naar mijn mening is een bewustwording van de beschreven mogelijkheden echter essentieel, als we de juiste besluiten willen nemen voor acties en beleid, zowel op persoonlijk als overheidsniveau. Het begrijpen van de verhoudingen van energiebronnen is fundamenteel voor deze bewustwording.

Wat de zorgen om de overbevolking betreft, stellen sommigen, dat de bevolking op een natuurlijke manier afneemt en zich binnenkort zal stabiliseren op een handelbaar aantal. De juiste doelstelling is daarom de val van de vruchtbaarheidscijfers te bespoedigen, gewoonlijk door opvoeding en vrouwenemancipatie. Anderen stellen, dat geboortecijfers vanzelf zullen dalen, wanneer arme landen gaan industrialiseren, door het gedrag dat beschreven wordt in het Demographic Transition Model. We zullen elk van deze argumenten op zijn waarde toetsen.

De opvoedings- en emancipatiebenadering bevat veel om het aan te bevelen. Het is menswaardig, daar waar het toegepast wordt geeft het grote voordelen aan de gemeenschap en kost het weinig op het gebied van economie en energie. Het is een waardevolle methode, die bij elke gelegenheid naar voren geschoven moet worden. Zelfs in een wereld van 1 miljard mensen zonder hulpstoffen, zullen gemeenschappen, die deze principes toepassen, veel beter uit zijn dan die vasthouden aan de dominante mannelijke principes van onze beschaving (zoals wedijveren, onderwerping en uitbuiting.) De emancipatie van vrouwen verbetert de verscheidenheid van waarden en maakt meer ruimte voor alternatieve sociale organisaties, uitgebreide benaderingen voor conflictbeheersing en een beter begrip van de relatie tussen de mens en zijn omgeving.

Wat we echter niet moeten verwachten, is dat deze methode een belangrijke bijdrage zal leveren aan de oplossing van het bevolkingsprobleem in de tijd die resteert. Opvoeding en emancipatie hebben tijd nodig, en er is veel te weinig tijd over voor de eerste golf van gevolgen ons bereikt. Waar het zal helpen, is tijdens de bevolkingsafname. Die afname zal vele jaren doorgaan, mogelijk gedurende twee of drie generaties. Gedurende die tijd is elke geboorte, die menswaardig vermeden wordt, één persoon minder in de groep van hen, die een verschrikkelijk risico lopen van oorlog, ziekte, hongersnood en dood. Ik verwacht toch wel, dat onder dergelijke omstandigheden de geboortecijfers drastisch zullen dalen, maar wanneer we ons toeleggen op opvoeding en vrouwen-emancipatie, zullen we de vruchtbaarheidsbeperking waarschijnlijker maken, en tegelijkertijd het lot verbeteren van hen, die de beschaving door moeten laten gaan.

De voorstanders van het Demographic Transition Model hebben een moeilijkere tijd. Dat model stelt voor, dat wanneer een maatschappij industrialiseert, het door twee fases gaat. De eerste bestaat uit een verlenging van de levensverwachting, de tweede uit een daling van de vruchtbaarheid. De maatschappij gaat van een bevolkingssituatie van hoge geboorte- en sterftecijfers, door een periode van hoge geboorte- en lage sterftecijfers, naar een situatie van lage geboorte- en sterftecijfers. Ik heb een studie gepubliceerd, waarin onderzocht wordt hoeveel energie er nodig zou kunnen zijn om de wereldbevolking volgens deze methode naar een stabiel of afnemend aantal te brengen. Het resultaat van dit onderzoek was, dat deze methode meer dan vijf keer de energie zou vergen, dan die we nu verbruiken, hetgeen duidelijk een niet-realistische verwachting is.

Dit leidt natuurlijk naar de vraag, “wel, en wat nu als we een nieuwe bron vinden, die ons de energie verschaft die we nodig hebben? Wat zou kernfusie of een nog exotischer bron betekenen? Zou dat de oplossing niet zijn?” Mijn antwoord is dat de vrager eens goed zou moeten kijken naar wat we gedaan hebben met de energie die we hebben. Bij het verbruik hebben we de toplaag van de bodem vernietigd, de watervoerende lagen in de bodem leeggepompt, de oceanen vernietigd, de gletsjers laten smelten, zelfs de temperatuur op aarde veranderd, en een ontelbaar aantal soorten planten en dieren uitgeroeid. Zou meer energie dat gedrag veranderen? Die kans bestaat niet.

Hoe dan ook, als de conclusies van deze studie ergens in de buurt van de waarheid komen, dan zijn al deze argumenten betwistbaar. De beperkingen in de energievoorziening zullen een afname in de bevolking veroorzaken, die binnen 20 jaar begint en de impact van deze beperkingen zal veel groter zijn, dan wat welke menselijke oplossingen dan ook zouden kunnen bewerkstelligen. In feite, als het model juist is, zal er helemaal geen doorlopend overbevolkingprobleem zijn, omdat natuurlijke processen onze aantallen weer op lijn met de beschikbare middelen zullen brengen.

Dan blijft nog de vraag over hoe zo’n bevolkingsafname er uit ziet en aanvoelt. De details van zo’n diepgaande ervaring zijn onmogelijk te voorspellen, maar met zekerheid kunnen we zeggen, dat het catastrofaler zal zijn dan wat de mensheid ooit meegemaakt heeft. Alleen al het verlies aan mensenlevens gaat alle voorstelling te boven. In het ergste gedeelte van de afname, gedurende twee of drie generaties in het midden van deze eeuw, kunnen we, zelfs bij een netto-geboortecijfer van 0, een sterfte tussen de 100 en 150 miljoen per jaar verwachten. Ter vergelijking: de Tweede Wereldoorlog veroorzaakte 10 miljoen extra doden per jaar en duurde 6 jaar. Dit kan dus vijftig keer erger worden. Natuurlijk zegt een ruwe uitspraak over bovenmatige dodentallen niets over het risico dat dit vormt voor het voortbestaan van de beschaving zelf. De Inuits hebben een dozijn woorden voor “sneeuw”, wij zullen er honderd moeten verzinnen voor “moeilijke tijden”.

 

Conclusie

Al het onderzoek dat ik voor deze studie heb gedaan, heeft mij er van overtuigd dat het menselijke ras nu uit de maat loopt. We zien harde limieten opdagen in onze activiteiten en aantallen, opgelegd door energiebeperkingen en ecologische schade. Er is geen tijd meer over om de situatie te verzachten, en geen manier om ons er onderuit te wringen. Het is zoals het is, en noch Moeder Natuur, noch de Wetten van de Fysica staan open om er over te onderhandelen.

We hebben dit punt zo plotseling bereikt, dat de meesten van ons het zich nog niet realiseren. Terwijl het misschien nog twintig jaar kan duren, voordat de volledige effecten bezinken, zullen de eerste effecten van de olie-uitputting (de netto-olie-export crisis) binnen vijf jaar voelbaar zijn. Gezien de grootte van onze beschaving en de mate waarin we tot in de kleinste details van energie afhankelijk zijn, is vijf jaar een veel te korte tijd om welke oplossing of her-ontwikkeling dan ook te voltooien, die ons van het ravijn zou kunnen verwijderen. Op dit punt zijn we gedwongen over de rand te gaan en in een grootse bevolkingsafname te belanden.

Dit wil echter ziet zeggen, dat we een fatalistische houding aan moeten nemen en dat er niets gedaan moet worden. Niets zou minder waar zijn. De noodzaak om actie te ondernemen is groter dan ooit. De mensheid gaat niet uitsterven. Er zullen enorme en steeds groeiende aantallen mensen in grote nood raken in de nabije toekomst. We moeten nu beginnen met het opzetten van systemen, structuren en gedragsregels, die hen kunnen helpen met deze moeilijkheden om te gaan, geluk te vinden daar waar het bestaat en zo goed mogelijk vooruit te komen. We moeten nieuwe manieren vinden om met de wereld om te gaan, om met elkaar om te gaan, we moeten nieuwe waarden en ethiek vinden. We moeten dit doen met het doel om de misère te verminderen en om er voor te zorgen dat uit dit lange trauma zo veel mogelijk gezonde en gelukkige mensen tevoorschijn komen, die de vaardigheden en kennis hebben, die nodig zijn om de volgende generatie van beschaving op te bouwen.
 

Paul Chefurka,

Oktober, 2007

 

Vertaald en bewerkt door Rudo de Ruijter, www.CourtFool.info , augustus 2008
Originele tekst: http://www.paulchefurka.ca/ WEAP/WEAP.html
© Copyright 2007, Paul Chefurka

 

Zouden meer mensen dit artikel moeten lezen?

Op het internet hebben de lezers de macht! Zij bepalen welke informatie de wereld rond gaat! U bent zich er misschien niet van bewust, maar als elke lezer een link stuurt naar 3 andere personen, dan zijn er maar 20 stappen nodig om 3,486,784,401 mensen te bereiken! Wil je dat zien gebeuren? Gebruik je macht!

3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 x 3 = 3,486,784,401

 

Als u de volgende publikatie niet wilt missen, klik dan hier:

Ik ontvang graag een berichtje zodra een nieuw artikel in het Nederlands verschijnt.

 

StartUpperRightColumn


Geheimen achter wereldgebeurtenissen...



Burgers wakker schudden... 



Als u hier even wilt tekenen, dan geef ik u een tegoed van 1000 euro en bent u mij 1000 euro plus rente schuldig.



Met een piepklein beetje geld kunnen bankiers elkaar miljoenen betalen...



Regeringen geven miljarden rente cadeau aan privé-banken...



Privé-banken moeten eindeloos blijven groeien om niet failliet te gaan. Daarom hebben we inflatie en leven we volgens het dogma van eeuwige economische groei.

Belemmeringen om over de landsgrenzen heen te groeien zouden de banken vroeg of laat in gevaar brengen. Dat wist ook Pierre Werner, bankier en premier van Luxemburg, die in 1970 de eerste blauwdruk voor de gezamenlijke munt presenteerde.



Toen al waarschuwden vooraanstaande economen, dat dit vanwege de grote economische verschillen tot groeiende schulden in de zwakkere landen zou leiden. Deze problemen waren eenvoudig te voorspellen, maar meer schulden betekenen voor de banken alleen maar extra winst. Dus de euro kwam er en daarmee de problemen.



Gelukkig hebben we de euro nog...



Veel eurolanden zitten nu al diep in de financiële problemen. Velen hebben nog niet door dat de euro niet de oplossing is, maar de oorzaak.



Het probleem? Door de grote verschillen tussen de eurolanden verschillen ook de prijzen van de produkten. Met de euro en de open grenzen geven de consumenten de voorkeur aan de produkten uit het goedkoopste land. Hierdoor gaan de lokale producenten failliet. Tegelijkertijd verlaten de euros het land als betaling van de importprodukten. Om nog over euro's te beschikken, moeten burgers en overheid steeds meer bij de banken lenen en raken zo steeds dieper in de schulden.



Vervolgens drijven de banken de rente voor de lokale regering zodanig op, dat deze zich voor verdere leningen moet wenden tot de Troika (Internationale Monetaire Fonds, Europese Centrale Bank en Europese Commissie).



Voor het verstrekken van deze leningen, eist de Troika draconische bezuinigingen. Ambtenaren worden ontslagen, openbare diensten komen tot stilstand, sociale verworvenheden worden opgeheven. Het volk wordt wijs gemaakt, dat ze zonder de euro nog slechter af zouden zijn... Ook moeten alle lucratieve bezittingen van het land verkocht worden aan buitenlandse partijen om de schuld te verlagen. Een mannetje van Goldman Sachs wordt als regent aangesteld.

Financiers verdienen miljarden rente aan deze schuldenbergen. Om te voorkomen, dat zij daarbij het risico lopen dat leningen niet terugbetaald worden, is de ESM-bank opgericht (het zogenaamde Europees Stabiliteits Mechanisme), dat vrijelijk, ongelimiteerd en zonder verantwoording belastinggeld uit de staatskassen van de eurolanden mag graaien.




YouTube: De dictatuur van het ESM rooft de schatkisten leeg in 3'51''



De Ministers van Financiën roepen zichzelf  uit tot Gouverneurs van het ESM. (Ondertekening van de eerste versie van het ESM-verdrag, 11 juli 2011. Deze ondertekening was trouwens illegaal, want in de Conventie van Wenen, die de internationale verdragen regelt, worden ministers van financiën niet genoemd als wettige vertegenwoordigers van landen.)

Kennelijk omdat de VS niet tevreden was over deze eerste versie verdween die enkele dagen later in de prullenbak.

Een tweede versie werd op 2 februari 2012 getekend, dit maal door de ambassadeurs van de EU. Het verdrag is echter geen EU-verdrag, maar een internationaal verdrag. Een EU-verdrag was niet mogelijk, omdat de EU zijn eigen bevoegdheden niet mag uitbreiden en het ESM-verdrag de bevoegdheden van de nationale parlementen inperkt. Door de EU-ambassadeurs te laten tekenen, werd de schijn opgehouden, dat het om een EU-verdrag gaat. De interne EU-regels zijn er echter niet op van toepassing en het ESM is aan niemand verantwoording verschuldigd. Het kan net zoveel geld uit de staatskassen eisen als het zelf wil.

Ongelooflijk maar waar, werd het ESM-verdrag in 2012 door alle parlementen en senaten van de 17 eurolanden geratificeerd.

Dat wil zeggen dat in elk land een meerderheid (in sommige landen zelfs van 2/3) vóór de het verdag heeft gestemd. Dat wil niet zeggen, dat al die voor-stemmers de tekst gelezen hebben. Ik heb veel uitlatingen van deze parlementariërs gelezen en niet één bleek de tekst goed gelezen en begrepen te hebben.

We moeten eerder vrezen dat bijna niemand de tekst gelezen heeft. Voor de parlementariërs en senatoren zou dat immers alleen maar tijdverlies zijn geweest. Ze moeten toch stemmen zoals de leider van hun politieke partij beveelt. Zo gaat dat nu eenmaal, wanneer coalities de macht hebben. We kunnen dus concluderen, dat het de lobby van de bankiers en van de eurofielen gelukt is voldoende politieke leiders - enkele personen in elk land - te verleiden om de meerderheid vóór te doen stemmen.



Het parlement stemt voor de bankiers, niet voor het volk...



Heren, ik vertrek naar Brussel. Daar mag ik net zo veel geld uitdelen als ik wil. Ik reken op jullie discretie, als jullie begrijpen wat ik bedoel...



De nieuwe Europese dictator!




Blijf rustig! Wij bouwen Europa!



Barosso, president van de Europese Commissie van 2004 tot 2014.

Het is de Europese Commissie, die volgens Barroso de economische regering van de Unie moet zijn, die de acties dicteert die de nationale regeringen uit moeten voeren. (28.09.11)

Democratie en de wil van het volk hebben pech. Daar is geen plaats meer voor in Europa.



YouTube: EUROMANIA
Met complimenten aan Peter Vlemmix




Zeus verkrachtte Europa... Een Griekse tragedie die voort duurt...




NAVO redt euro in Libië



Dijsselbloem laat spaarders bloeden, als bank failliet gaat...



Lache bij de ING:
Geld terug! Of we halen de politie erbij!




Wereldbevolking en energie: Vooruitzicht tot 2100




Kosten, misbruik en gevaren van de dollar




Iraq Memorial




Pijpleidingen naar 11 september




Overval op de nucleaire brandstofmarkt


Feiten en leugens over het klimaat



1. Het klokwerk van de aarde en de zon



2. De activiteit van de zon



3. CO2, paniek, beweringen en fraude...




Er zijn alternatieven voor het kapitalisme...



Meer cartoons...




Auteurs:
Rudo de Ruijter
Yannis Varoufakis
Costas Lapavitsas
James K. Galbraith
Gerard Dunénil
Michael Hudson
Ed Dolan
Jacques Nikonoff
Jean-Claude Paye
Eugénio Rosa
Jorge Figueiredo

StartJoinTranslators

Speciale bedankjes aan:

Christine, Corinne, Francisco, Evelyne, Françoise, Gaël, Peter, Ingrid, Ivan, Krister, Jorge, Marie Carmen, Ruurd, Sabine, Lisa, Sarah, Valérie & Anonymous...

Bedankjes voor vertalingen:

StartTranslators

Alter Info
Carlo Pappalardo
Come Don Chisciotte
Ermanno di Miceli
Ivan Boyadjhiev
Jorge G-F
Lisa Youlountas
Jose Joaquin
Manuel Valente Lopes
Marcella Barbarino
Marie Carmen
Mary Beaudoin
Michel Ickx
Михаил
Natalia Lavale
Nicoletta Forcheri
Peter George
Resistir Info
Traducteur sans frontière
Valérie Courteau


Vertaal ook!


Informatie stopt aan de taalgrenzen. Spreek je meer talen? Bijvoorbeeld duits, spaans of italiaans? Help Courtfool's artikelen over de grenzen heen en vertaal er ook eentje. Bij voorbaat heel erg bedankt!

contact:
Rudo de Ruijter
courtfool@xs4all.nl

Court Fool, 2008 - 2014