Op weg naar een
gezonde economie
Rudo de Ruijter,
Onafhankelijk onderzoeker
Geld wordt weleens
vergeleken met het bloed van de economie. De
kredietcrisis heeft pijnlijk duidelijk gemaakt, dat de
economie aan een permanent infuus van kredieten ligt.
Zodra de banken maar even minder krediet verlenen, gaan
bedrijven over de kop en volgen de massa-ontslagen
elkaar op.
Ons wordt wijs gemaakt, dat
de problemen met de subprime hypotheken een incident
waren. Met een giga-kapitaalinjectie, wat meer
regelgeving en betere controle zou het banksysteem weer
goed functioneren. En o ja, we moeten de banken weer
vertrouwen.
Hoofdoorzaak kredietcrisis
De hoofdoorzaak van de
kredietcrisis ligt besloten in het bank/geld-systeem
zelf. Uitgangspunt van het geldsysteem is, dat geld in
omloop wordt gebracht door het verlenen van krediet en
weer oplost op het moment, dat het krediet wordt
terugbetaald. Westerse banken hanteren hierbij twee
spelregels: 1. ten opzichte van de uitgeleende sommen
hoeven ze maar 8% eigen vermogen te hebben [1] ; 2. ze moeten
een klein percentage reserve in kas houden voor het
verrichten van betalingen voor hun klanten en voor het
verstrekken van contant geld.
Aan de hand van deze twee
spelregels wordt het grootste gedeelte van het geld, dat
klanten op betaal- en spaarrekeningen hebben staan,
uitgeleend (bij Triodos is dat 65% [2], bij de meeste
andere banken veel meer.) Het uitgeleende geld wordt
door de kredietnemer uitgegeven en belandt vervolgens op
rekeningen bij andere banken. De klanten van de eerste
bank beschikken nu nog steeds over hun banktegoed,
terwijl bij de ontvangende banken nieuwe banktegoeden
zijn ontstaan. Deze nieuwe banktegoeden vormen weer
aanleiding voor het verstrekken van nieuwe kredieten.
Dat gaat zo door. De banktegoeden worden dus telkens
vermenigvuldigd.
Dit systeem wordt
"fractional reserve banking" genoemd. [3] De banken kunnen
maar aan een fractie van hun verplichtingen voldoen. Ze
hebben het geld van hun klanten uitgeleend, hoewel dit
direct opeisbare banktegoeden betreft. Ze gokken er op,
dat de klanten nooit méér op komen eisen, dan dat ze
reserve in kas hebben en dat zonodig de centrale bank
wel bij zal springen. Het percentage, dat banken niet
uit mogen lenen (de z.g. kasreserve) kan wettelijk
vastgesteld zijn (in de VS gold 1:9). In veel andere
landen bepaalt de centrale bank het minimum percentage.
Vóór de crisis heb ik voor Nederland een kasreserve
percentage van slechts 3% gelezen.
Telkens wanneer een
kredietnemer het geld van zijn lening uitgeeft, verhuist
het geld naar een volgende bank, die er weer van
profiteert om het grootste gedeelte uit te lenen.
Hetzelfde geld wordt dus telkens opnieuw uitgeleend. Bij
een systeem van 1:9 kan hetzelfde geld 9x uitgeleend
worden. Bij een kasreserve van 3% kan het 32x uitgeleend
worden. En bij elke keer dat het opnieuw uitgeleend
wordt vangt een bank rente.
Het klassieke risico voor
banken is, dat leningen niet terugbetaald worden. Dat
risico neemt toe, wanneer er minder nieuwe leningen in
omloop gebracht worden dan dat er leningen afgelost
worden. Dan loopt namelijk de hoeveelheid beschikbaar
geld in het land terug. Voor de bankwereld biedt een
omgeving waarin de geldmassa permanent groeit, de minste
risico's. De centrale bank ziet er op toe, dat deze
geldmassa blijft groeien (de z.g. 2% inflatie). Banken
die geld nodig hebben kunnen bij de centrale bank geld
lenen, met waardepapieren als onderpand. Ook wanneer
de overheid geld leent, neemt de hoeveelheid geld in het
land toe. Verreweg de grootste toename zit hem
natuurlijk in de vermenigvuldigingsfactor, die door de
banken zelf wordt gerealiseerd. Wanneer de
vermenigvuldigingsfactor groeit, kunnen kredieten
makkelijker terugbetaald worden. De inkomsten van de
banken worden ook vermenigvuldigd. Er is dus een
natuurlijke neiging om steeds hogere percentages uit te
lenen. Ook kunnen steeds zwaardere eisen gesteld worden
aan de kredietnemers om de risico's te verlagen. Het
gevolg van deze dynamiek is echter wel, dat de
kasreserves afnemen.
De kasreserves dienen om
klanten van contant geld te voorzien en, vooral, voor
onderlinge betalingen tussen rekeningen bij
verschillende banken. Wanneer een klant van bank A een
betaling doet aan een rekeninghouder van bank B, gaat
een stukje kasreserve van bank A naar bank B. En zodra
een klant van een andere bank weer een betaling doet
naar bank A, wordt de kasreserve weer aangevuld. Dit
geld gaat dus op en neer tussen de banken. Vroeger
duurde het wel drie dagen om een betaling te doen naar
een rekening bij een andere bank. Banken hadden relatief
veel kasreserve nodig. Sindsdien is het betalingsverkeer
gemoderniseerd. De betalingen gaan nog dezelfde dag op
en neer tussen de banken. Hetzelfde geld kan op een dag
duizenden keren dienst doen voor betalingen tussen
banken. Voor het onderlinge betalingsverkeer is nog maar
weinig kasreserve nodig. Ook hebben de banken ervoor
gezorgd, dat hun klanten nauwelijks nog bankbiljetten
nodig hebben. Eerst moesten werkgevers verschuldigde
lonen storten op bankrekeningen. Iedereen kreeg de
beschikking over cheques, overschrijfkaarten en
vervolgens plastic betaalkaarten. Tenslotte wordt ons nu
de pinpas opgedrongen voor alle kleine uitgaven. Voor
elke euro die wij niet in onze portemonnee houden,
kunnen de banken een veelvoud aan leningen
verstrekken...
Hoewel een groeiende
geldmassa nodig is om het risico van systeemcrashes door
niet-terugbetaalde leningen te verkleinen, leidt de
vermenigvuldigingsfactor uiteindelijk tot steeds meer
instabiliteit van de geldmassa en steeds kleinere
kasreserves. Zodra een bank verliezen moet incasseren,
verlaagt dit niet alleen zijn eigen vermogen, maar vaak
ook zijn kasreserve. Komt de bank onder de 8% eigen
vermogen of onder de verplichte kasreserve, dan is de
bank volgens de spelregels uitgespeeld. Het waren de
subprime hypotheekleningen, die het systeem in 2007 vast
deden lopen, maar het had evengoed door verliezen op
andere leningen kunnen komen, bijvoorbeeld op leningen
aan derde wereld landen. De banken hadden eenvoudigweg
onvoldoende reserves om verliezen op te vangen. Dat
problemen bij één bank zich verspreiden over andere
banken, komt door het feit, dat banken van elkaar geld
lenen en waardepapieren van elkaar kopen om hun balansen
te optimaliseren. Het feit, dat de subprimes verpakt
waren als samengesteld financieel produkt, maakte het
effect alleen maar groter. Hoofdoorzaak is echter niet
het verlies op de subprime-hypotheken, maar de
structureel afgenomen capaciteit van de banken om
verliezen op te vangen. En dat is het gevolg van de
natuurlijke dynamiek binnen het "fractional reserve
banking".
Gegijzeld
In veel landen werd
de overheid te hulp geroepen om de banken te redden. Dat
is opmerkelijk, want het banksysteem functioneert buiten
alle democratische controle om. Het waren de directeuren
van centrale banken, die de ministers van financiën bij
de hand namen (of bij de neus namen) en hen naar
internationale vergaderingen leidden om onvoorstelbaar
hoge kredieten voor de banken los te peuteren. We staan
garant met toekomstig belastinggeld. Maar de banken
zouden er wel een marktconforme rente over betalen.
Anders gezegd, dat berekenen ze weer door aan hun
klanten: u en ik. In feite werden de ministers van
financiën met de rug tegen de muur gezet. De banken
mochten niet vallen, want ze waren te belangrijk.
De macht over het geld is
in het verleden door parlementariërs uit handen gegeven.
Zij hadden geen notie van wat geld was en hoe het
geldsysteem werkt. Nu zijn het de banken die bepalen
hoeveel geld er in omloop is en hoeveel de bevolking
voor deze dienstverlening moet betalen. De
vermenigvuldigingsfactor van het geld leidt ook tot een
verschuiving van de macht in het land: in
verhouding nemen banken steeds meer
investeringsbeslissingen en de overheid steeds minder.
Doordat er steeds meer geld in omloop is, worden ook
steeds meer zaken koopbaar. Dit heeft onder andere
geleid tot ontmanteling van overheidstaken. Overheden
hebben veel diensten, die belangrijk zijn voor het goed
functioneren van de maatschappij, te grabbel gegooid
voor de winstmakerij: openbaar vervoer, posterijen,
telefoon, water- en energievoorzieningen etc.
Privé-bedrijven zouden beter presteren. Maar in
feite verhult het een machtsverschuiving als gevolg van
het "fractional reserve banking".
Wij beweren nu nog
steeds, dat we in een democratie leven, maar over één
van de belangrijkste maatschappelijke factoren, geld,
heeft het parlement geen zeggenschap meer. Om de macht
over het geld weer binnen de democratie te brengen zijn
slechts kleine wetswijzigingen nodig. Helaas snappen ook
de parlementariërs van deze tijd, op een enkeling
na, nog steeds niets van het geldsysteem. Dat is jammer,
want met het terug nemen van de macht over het geld en
een adequate bankhervorming, zouden ze de
kredietcrisis vrijwel onmiddellijk kunnen stoppen. [4]
Bankhervorming
Kort omschreven, zou die
bankhervorming er als volgt uit kunnen zien: de centrale
bank wordt een staatsbank, en onderdeel van het
ministerie van financiën. Deze staatsbank creëert als
enige bank geld voor leningen. Het parlement bepaalt
welk soort leningen voorrang moeten krijgen in het
belang van de maatschappij. Die kunnen tegen gunstige
voorwaarden verstrekt worden. Het parlement krijgt op
deze manier veel meer invloed op de vormgeving van de
samenleving.
De huidige commerciële
banken worden doorgeefluik voor de leningen van de
staatsbank aan het publiek. Zij beheren de betaal- en
spaarrekeningen van hun klanten voor rekening van de
staatsbank. Zij kunnen niet meer vrij over deze tegoeden
beschikken en kunnen ze niet meer vermenigvuldigen. Ze
zullen echter wel fondsen kunnen werven om uit te lenen.
Ethiek
Wanneer de penningmeester
van een lokale sportvereniging het kasgeld ongezien zou
gebruiken om het te beleggen en zichzelf zo te
verrijken, dan loopt hij het risico daarvoor veroordeeld
te worden. Maar wanneer bankiers het geld van onze
betaalrekeningen op deze manier beheren, dan gaan ze
vrij uit.
De corrupte spelregels voor
banken zijn ontstaan in een ver verleden, toen
goudsmeden, en later bankiers, er op uit waren hun
klanten te bedotten. [5] Het enige verschil met vroeger
is, dat het systeem officieel geworden is en de wet dit
nu toestaat. Uiteraard wordt deze werkwijze zo veel
mogelijk verborgen gehouden. Je zult geen enkele website
van een bank of centrale bank vinden, waar heldere
uitleg gegeven wordt over hoe een bank precies werkt en
hoe het systeem in elkaar zit. Op scholen wordt het
onderwerp niet behandeld - een heel enkele uitzondering
daar gelaten - en zelfs bij de meeste economische
opleidingen ontbreekt het in het programma.
Met name vanaf 1913, na de
oprichting van de Federal Reserve Bank in de VS, hebben
de bankiers het klaar gespeeld om in vele tientallen
landen een eigen wettelijk kader te verkrijgen en de
macht over het lokale geld in handen te nemen. In elk
van deze landen kreeg één bank de rol van centrale bank.
De namen van deze banken wekken de schijn, dat het om
overheidsinstellingen gaat, terwijl ze juist - al dan
niet stapsgewijs - onafhankelijk werden van het lokale
parlement en de regering: De Nederlandse Bank N.V.
(1914), Bank of Canada (1935), National Bank of Danmark
(1936), Deutsche Bundesbank (1957), Banque de France
(1993), Bank of Japan (1997), enz. Op hun bankbiljetten
werden vaak portretten van koningen en staatslieden
afgebeeld. In veel gevallen werd de schijn, dat het geld
van de staat zou zijn, nog versterkt door het feit, dat
de staat de verantwoordelijkheid behield om munten te
slaan. Ook op de munten prijkte in de regel één of ander
vertrouwenswekkend portret. Zo nodig werd zelfs de
godsdienst erbij gehaald. Zo kreeg de Nederlandse gulden
"God zij met u" in de zijkant gegraveerd.
Eeuwige economische groei
Het is dank zij het
potentieel voor economische groei en de toenemende
beschikbaarheid van grondstoffen en energie gedurende de
vorige eeuw, dat de geldvermenigvuldiging niet tot
problemen leidde, maar de economische groei zelfs
aanwakkerde.
Mijn stelling is, dat het
huidige banksysteem een gevaar vormt voor de toekomst
van de mensheid. De permanente inflatie, die inherent is
aan dit systeem, vormt een impuls voor steeds meer
economische activiteit om het waardeverlies van het geld
te compenseren en iets van het extra in omloop gebrachte
geld te bemachtigen. Het hardnekkige geloof, dat een
economie moet groeien om gezond te zijn, komt mijns
inziens hier vandaan. (En bijvoorbeeld niet van één of
andere spontane zucht van de arbeidersbevolking om
steeds harder te werken.)
Duurzaamheid daarentegen,
veronderstelt een evenwicht met ons leefmilieu. Ons
leefmilieu groeit niet mee met de toename van onze
economische activiteit en bevolking. Het wordt er door
vernietigd. [6]
Wij moeten zo snel mogelijk
af van ons inflationaire banksysteem en we moeten de
macht over het geld terugbrengen waar het in een
democratie thuis hoort: bij het parlement.
Nadere
toelichtingen:
[1] De
kapitaaleis van 8% is de zogenaamde standaard van het
Basel Accoord uit 1988, waarop
allerlei uitzonderingen van toepassing zijn. Zo hoeft
een bank voor hypotheekleningen voor woningen slechts 4%
aan kapitaal te reserveren, voor leningen aan andere
banken meestal nog minder en voor leningen met
staatsgarantie 0%.
http://www.bis.org/publ/bcbs04a.htm &
http://www.bis.org/publ/bcbs04a.pdf?noframes=1
In 2004
stelde de Europese Commissie voor de 8% te verminderen
tot 6% en de 4% voor hypotheekleningen tot 2,8%.
http://europa.eu/rapid/pressReleasesAction.do?reference=MEMO/04/178&format=HTML&aged=1&language=EN&guiLanguage=en
Basel II
uit 2006 biedt grote banken meer mogelijkheden om zelf
de gunstigste methode te kiezen voor het bepalen van hun
risico's.
http://www.bis.org/list/bcbs/tid_22/index.htm
[2]
Bij Triodos Bank wordt 65% uitgeleend.
http://www.triodos.com/com/whats_new/latest_news/general/response_fin_crisis
[3]
http://www.mises.org/story/2882#3
zie
hoofdstukken Fractional Reserve Banking, Central
Banking, Deposit Insurance. Merk op, dat Murray N.
Rothbard (1926–1995) voorstander was van een terugkeer
naar de goudstandaard, zoals bijv. ook Ron Paul. Hoewel
begrijpelijk, bezien vanuit de VS-geschiedenis, heeft
een geldsysteem gebaseerd op goud veel nadelen. Landen
zonder goudmijnen moeten goud kopen (dus goederen en
diensten afstaan aan goudleveranciers) enkel en alleen
om over hun landelijke betaalmiddel te kunnen
beschikken. Telkens wanneer meer goud op de wereldmarkt komt,
zullen zij weer méér moeten kopen om te voorkomen, dat
hun valutas relatief minder waard worden (ten opzichte
van landen waarvan de goudvoorraad toeneemt).
Goudproducenten zouden in veel aspecten supra-nationale
macht verkrijgen, meer dan de Federal Reserve nu. Goud
heeft geen stabiele waarde. De prijs kan beïnvloed
worden door houders van grote voorraden, zoals de
goudproducenten en de centrale banken. Zelfs grote
aantallen kleine kopers en verkopers, wanneer ze
gedreven worden door angst of hebberigheid, kunnen de
prijs beïnvloeden. Al deze prijsfluctuaties kunnen een
gevaar vormen voor elke economie, die zijn geldsysteem
vastgepind heeft aan de waarde van goud. Nog meer dan
nu, zou goud de oorzaak worden van conflicten, oppressie
en oorlogen.
[4]
Bankcrisis? Hervorming!
http://www.courtfool.info/nl_Bankcrisis_Hervorming.htm
[5]
Geheimen van geld, rente en inflatie
http://www.courtfool.info/nl_Geheimen_van_geld_rente_en_inflatie.htm
[6]
Energie-crisis: keerpunt van de mensheid.
http://www.courtfool.info/nl_Keerpunt_van_de_mensheid.htm
laatst
bijgewerkt 4 juni 2009